Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Het litterarisch karakter van den brief

en zijne verhouding tot de Joodsche, Classieke en Oud-Christelijke

litteratuur.

Wij beginnen met een beknopt overzicht van den inhoud van den brief.

Na een kort opschrift (i : i), bevattende een adres en eene groetenis naar de gewoonte van de Grieksche brieven uit den tijd, waarin deze brief geschreven is, spreekt de auteur van de verzoekingen, welke heilzaam zijn voor den Christen, wanneer zij hem aanleiding geven tot bidden en tot een verhoogd vertrouwen op God. De schrijver zegt dus, hoe zijne lezers zich hebben te gedragen te midden van de muxiloi miQuafioi, die over hen komen.

Deze verzoekingen zullen te verklaren zijn o.a. uit den ongunstigen socialen toestand der lezers, gelijk reeds blijkt uit het feit, dat Jacobus bijna onmiddellijk begint te spreken over de tegenstelling tusschen rijk en arm (i :g—11). Hij prijst den man gelukkig, die

Sluiten