Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verzoekingen weet te verdragen en te doorstaan, want dit is een bewijs voor en getuigenis van diens liefde tot God, welke in tegenstelling met de liefde tot de wereld voor Jacobus de hoogste deugd is (i : 12). Mocht iemand, tegen verzoekingen niet bestand, geneigd zijn de schuld te werpen op God, dan had hij wèl te bedenken, dat God door het kwade niet verzocht kan worden, en dat Hij niemand verzoekt. Veeleer heeft men de schuld te zoeken bij zichzelf. De verzoeking vloeit uit 's menschen eigene begeerlijkheid voort. Van God komt louter het goede, gelijk men weten kon uit eigen ervaring. Immers, God had de Christenen enkel uit genade voortgebracht door het woord der waarheid om hen tot den hoogsten rang onder alle schepselen te verheffen (1 : 13—18). En hiermee is Jacobus gekomen, waar hij zijn wilde, d. w. z. hij kan nu beginnen zijne lezers te vermanen om te leven, gelijk men als Christenen behoort te leven. Zij hebben zich dankbaar te betoonen voor de bewezen liefde. Zij hebben het woord Gods in practijk te brengen, vooral door het onderdrukken van den toorn, door het beteugelen van de tong en door het uitoefenen van barmhartigheid inzonderheid jegens weduwen en weezen (1 : 19—27).

Bij deze laatste verplichting blijft de schrijver nog enkele oogenblikken staan, en hij wijst er op, dat het uitoefenen van barmhartigheid onmogelijk wordt gemaakt door den veel te grooten eerbied voor de rijken. De auteur moet er nog eens aan herinneren, dat God juist de armen naar de wereld heeft uitverkoren als rijken in het geloof en erfgenamen van het koninkrijk 1 dat Hij beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben

Sluiten