Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, dat hij telkens weer eene vraag stelt. Soms is zijne wijze van voorstelling plastisch te noemen. De golven der zee, zooals zij zich statig voorwaarts bewegen; de bloem, welke bloeit en op haren tijd verwelkt; paarden en schepen, gelijk zij gemakkelijk bestuurd worden door 's menschen hand; het vuur, dat, zelf nog maar klein, een groot woud in brand kan steken; de voorjaars- en najaarsregen, alles weet onze auteur voor zijn doel te gebruiken, eenvoudig, maar juist daarom des te treffender.

Ook verstaat hij de kunst om u in enkele woorden een gansch tafereel voor oogen te schilderen, bv. 2 : 2—4, 2:15 en 16, 4:13 v.v. *) Over eentonigheid zal men bij onzen Jacobus moeilijk kunnen klagen. Zelfs vertoont de brief hier en daar een poëtisch karakter. Zoo vinden wij 1:17 een hexameter: 7r«<r« doaij dyaO-7] Kat nuv Scooi^aa TtXnov. Is dit een citaat, gelijk Ewald3) meende, ontleend aan een toenmaals zeer algemeen gelezen Alexandrijnsch of Hellenistisch dichter? Of moet men met VViner :l) aannemen, dat deze hexameter onopzettelijk Jacobus uit de pen is gevloeid? Voor de laatste opvatting pleit, dat in den hexameter geene volledige gedachte wordt uitgedrukt. *) Zij heeft eene

*) Men zou kunnen vragen, waarom de auteur de categorische verklaring van vs. 17 aan het voorafgaande heeft toegevoegd, daar zij toch eigenlijk meer van algemeenen aard is en dus slecht kan dienen als een slotwoord.

'-) „Das Sendschreiben an die Hebr. und Jakobus' Rundschreiben," S. 222.

3) Grammat.8, S. 563 f.

') Merkwaardig mag genoemd worden de verklaring van H. Fischer (Philologus, Bd. 1 1891, S. 377—379), volgens wien Jacobus met

Sluiten