Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vs. 14. »Zoo is ook het geloof, wanneer het geen werken heeft, dood in zichzelf.»

In de verzen 18—26 wordt nu deze stelling bewezen, en wel:

ie doordien in vs. 18 en 19 eene tegenwerping met behulp van een als vaststaand aangenomen feit teruggewezen wordt;

2e doordien in vs. 20— 26 het schriftbewijs geleverd wordt voor de stelling van vs 17.

De woorden dW *<?*« r<<; wijzen op eene tegenwerping. De t'{, van wien hier in vs. 18 sprake is, is dezelfde persoon als die van vs 14, representant van het geloofsstandpunt, tegenstander van Jacobus. Wat zegt nu deze persoon in vs. 18? Hij kan moeilijk zeggen : ttiotiv xdyio tQ/a t%u>. Maar daarom is het toch nog onjuist met Spitta aan te nemen, dat de oorspronkelijke woorden hier verloren gegaan zouden zijn '); of met De Hoop Scheffer, dat de woorden ïqu tis geschrapt moeten worden »als glosseem, waartoe een glossator wegens de analogie van den aanhef van vs. 16 besloot of dat misschien op den kant bij tintj 81 tis gesteld, hier bij vergissing werd opgenomen» 3); of met Pfleiderer, dat de woorden man» en igy« door vergissing van eenen afschrijver zijn verwisseld, zoodat wij dus eigenlijk zullen moeten lezen: au tQya i%ns, *«/,£0

!) Spitta (S. 79) zegt, dat men <ru mart» iyjt;, xayw èpya iyu als antwoord van Jacobus op de bedenking van zijnen tegenstander op moet vatten, en dat deze bedenking na aXk èpsi ti; door toeval zou zijn weggelaten.

2) Versl. en Meded. Kon. Ak. v. Wetensch. afd. Letterk. 1892, bl. 248.

Sluiten