Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toekomstige heil van den mensch verzekert en waarborgt (Roni. 5 : 9 en 18).

Volgens den onnverker •) van den Romeinenbrief, d. i. volgens Rom. 4: 23—25, is het geloof in den verzoeningsdood van Jezus en de daardoor verkregen zondenvergeving slechts de conditio sine qua non van de rechtvaardiging en berust deze laatste op het geloof in de opstanding van Jezus, waardoor de mensch den geest als nieuw principe der rechtvaardigheid en des levens ontvangt.

Dat is dus reeds niet meer zuiver eene iustificatio iniusti, maar eene iustificatio iusti, daar de mensch, die gerechtvaardigd wordt, door den geest reeds principieel rechtvaardig gemaakt is (Rom. 2:13 en 16).

En daarbij komt, dat deze tegenwoordige rechtvaardiging slechts eene aanvankelijke is, die volgens den omwerker van den Romeinenbrief bekrachtigd moet worden door de toekomstige rechtvaardiging bij het oordeel op grond van de vervuiling der wet, dus op grond van de werken, waartoe de mensch in staat gesteld is door den geest, dien hij krachtens zijn geloof in de opstanding van Jezus ontvangen heeft (2 : 26—29; 8 : 2—4).

Hier nadert dus de leer van Paulus die van Jacobus zeer, en nog meer is dat het geval in den Galaterbriet (2:17, 5:5) en in den brief aan de Filippiërs (3:8—13), waar de rechtvaardiging nog duidelijker wordt voorgesteld als een gansch proces, dat eerst bij het eindoordeel tot voltooiing komt, en als iets, waarnaar de

') Vgl. Völter, Paulus und seine Briefe, Heitz, Strassburg 1905.

Sluiten