Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het hooren van één enkelen raadsman, den Chef van de voor rekening van den Pruisischen Staat gevoerde steenkool-ontginning te Saarbrücken, van wien ze verwachten kon een voor het beoogde doel gunstig oordeel te erlangen? 1) Hoe ook, de Commissie heeft in ieder geval de juridische zijde van het vraagstuk in het geheel niet in aanmerking genomen en stellen wij ons tot taak dit in de volgende bladzijden te doen.

Gesteund door het uitgesproken oordeel van de Commissie, kon de vorige Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid dus uitvoering geven aan zijn plan, om in Limburg steenkool te gaan ontginnen voor rekening van den Staat en diende hij bij de Tweede Kamer de sedert in werking getreden wet in van den volgenden inhoud:

WET van den 24Hlen Juni 1901, betreffende exploitatie van Staatswege van steenkolenmijnen in Limburg.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin dek Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is van Staatswege steenkolenmijnen in Limburg te exploiteeren;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

1) En zulk een beslist gunstig oordeel teil voordeele van Staatsexploitatie durft zelfs die deskundige niet te geven. Zijn advies geeft veeleer den indruk van eene verontschuldiging er voor, dat hij de voorgenomen proefneming niet onmiddelijk ten stelligste ontraadt.

Sluiten