Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Graaf Regnaud de Saint-Jeax h'Angelv en de Minister van Binnenlandsche Zaken zeiden toen, dat er onoverkomelijke moeilijkheden zich hadden voorgedaan bij de redactie van artikel 6 van het ontwerp. De moeilijkheid was ontstaan doordat de Staatsraad wenschte, dat de eigenaar van de oppervlakte deel had in de voordeelen der exploitatie, ook wanneer hij niet zelf ontginner was. De ontginning van mijnen gaat echter met zoo veel kosten gepaard en de uitkomsten zijn zoo onzeker, dat concessionarissen de mijn niet zullen willen koopen en vooral niet, wanneer de concessie slechts tijdelijk wordt verleend. Wanneer men, in stede van de mijn van de eigenaars der oppervlakte te koopen, den concessionaris wilde noodzaken dien eigenaar een aandeel in de voordeelen uit te keeren, dan ontmoet men onoverkomelijke moeilijkheden, wat betreft het vaststellen van deze verdeeling.

Napoleon echter geloofde, dat het gemakkelijk zou vallen deze bezwaren te doen eindigen. Men bepale in het algemeen , zeide hij, dat aan den eigenaar van den bovengrond eene uitkeering worde betaald en in de akte van concessie kan dan, naar omstandigheden, het bedrag daarvan worden aangegeven. De eigendom omvat het recht om hetgeen men heeft te gebruiken of niet te gebruiken. Strikt genomen zou dus de eigenaar van den grond vrijheid hebben om te doen ontginnen of niet; maar omdat het algemeen belang nu eenmaal eischt, dat van deze regel afgeweken wordt ten opzichte van eene zekere categorie van ontginbare delfstoffen (mines) zoo moet de eigenaar van den grond toch niet geheel buiten gesloten worden van de opbrengst die zijne zaak oplevert, want anders zou er geen eigendom meer bestaan.

Er zou toch wel niemand zijn, die wilde beweren, dat de eigenaar van de oppervlakte niet ook eigenaar was van hetgeen zich daaronder bevindt (du fonds).

Hierop antwoordde graaf Regnaud de Saint-Jean d'Angely, dat de geheele sectie van Binnenlandsche Zaken, die het

2

Sluiten