Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze te scheiden, er een van te verkoopen; hjj moet dus een titel hebben, die aangeeft het lot van hem, die eigenaar wordt van den grond of van de mijn. Dus, wanneer de eigenaar van den grond de vergunning erlangt om te exploiteeren, dan moet de akte van concessie toch de uitkeering vaststellen, die aan de mijn is opgelegd ten faveure van den grond en dan heeft het wel den schijn, dat de eigenaar aan zich zelf betaalt, maar dat is slechts waar zoolang de beide objecten vereenigd zijn. Indien men de uitkeering aan den grondeigenaar niet bij de akte van concessie vaststelde, zou de eigenaar, wanneer hij zijne mijn verkocht, bij den Staatsraad terug moeten komen, om deze regeling te treffen. De den eigenaar uitgevaardigde akte van concessie zou dus zoolang incompleet zijn; de eigenaar zou verhinderd zijn om te verkoopen en wellicht blootgesteld worden aan de mogelijkheid, dat men opnieuw de voorwaarden van concessie ging herzien.

Graaf Jaubert gelooft, dat de Code Civil, waar deze de eigendom van den boven- en den ondergrond verleent, den eigenaar van de mijn en van den grond slechts voorschrijft om eene akte te vragen, die de door hem toegepaste wijze van exploitatie zal regelen. De beide objecten zijn dus zijn eigendom en de rijkdom van de mijn, ofschoon deze nog niet in ontginning mag worden gebracht, kan door de schuld ei schers van den ondergrond als een onderpand voor hunnen eisch zijn beschouwd, zoodanig, dat ze daardoor een reeds verkregen recht bezitten, dat hun niet ontnomen mag worden door eene aan derden te verleenen concessie.

Napoleon. De schuldeiscliers hebben een recht, zoolang de concessie nog niet verleend is. Zoo spoedig ze echter verleend is, hebben ze slechts rechten op de bij de akte van concessie vastgestelde uitkeering, want de concessie hangt van den wil van het gouvernement af en de schuldeischers kunnen niet dwingen deze te verleenen. Zoo worden de beide bepalingen van den Code Civil met elkander ver-

Sluiten