Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toonen, dat de ontdekking het resultaat is van opsporingen die met dat doel ondernomen werden, dat die opsporingen o]) nuttige wijze verricht zijn en dat zij tot resultaat hebben gehad, om de mogelijkheid eener nuttige ontginning aan te toonen. Dit is ten minste de regel die in België gevolgd wordt, overeenkomstig het advies van den mijnraad". 1)

Wanneer dus de Minister in de M. v. T. zegt, dat er van recht van concessie feitelijk noch wettelijk sprake zou kunnen zijn, zoo dwaalt hij in dit opzicht ten eenenmale, voor zoover hij daarmede wil zeggen, dat het der Regeering in dit geval vrij zou hebben gestaan om geen concessie te verleenen. Dit zou slechts kunnen geschieden met niet achten van de rechten die de wet den ontdekker wel verleent, namelijk die van schadevergoeding, welke hem door den concessionaris moet worden uitgekeerd, en die bij de akte van concessie moet zijn vastgesteld, wanneer de Regeering hem zelven de concessie niet verleent.

De aan den ontdekker, bij artikel 16, toegekende schadevergoeding (indemnité) slaat niet, zooals de Minister gelooft, op vergoeding voor gemaakte kosten. Die gemaakte kosten moeten hem buitendien vergoed worden, op grond van artikel 46 2) van de mijnwet van 1810. Dit staat zoo vast, dat het onbegrijpelijk is, hoe de Minister tot eene tegenovergestelde meening kon komen. Hij zou geen enkele autoriteit tot staving van zijn gevoelen kunnen aanvoeren en eene dergelijke opvatting zou ook in strijd wezen met de tot nu toe in Frankrijk gevolgde praktijk.

1) Deze interpretatie kan intusschen bestreden worden, üe wet spreekt niet van eene nuttige ontginning. Strikt afgaande op hetgeen de wet zegt, is hij als ontdekker te beschouwen, die een mijn ontdekt heeft en in niijnrechtelijke beteekenis wil dat '/.eggen eene natuurlijke afzetting van een der in artikel 2 van de mijnwet van 1810 genoemde delfstoffen.

2) Art. 46. Toutes les questions d'indenmité a payer par les propriétaires de mines, a ruxson des rccherches aux travaux anteiieui^ <t l'acte de concession, seront décidées conformément a 1'article 4 de la loi du 28 pluviöse an VIII.

Sluiten