Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet moge worden betiteld als „Housing of the Working Classes Act", in werkelijkheid omvat zij alle woningen, onverschillig of deze worden bewoond door lieden, behoorende tot de arbeidende klasse of door anderen, en onverschillig, of de woning zelve groot of klein, hoog of laag in prijs is. Het ligt voor de hand, dat feitelijk zoowel de Engelsche als de voorgestelde Woningwet in verreweg de meeste gevallen alléén op woningen van mingegoeden zullen worden toegepast. Doch, afgescheiden van het overwegende bezwaar, dat grenzen hier niet kunnen worden getrokken, zoude het geen zin hebben, wegens de positie van den bewoner of wegens de grootte of de waarde der woning de voorschriften der wet buiten toepassing te laten. Terwijl scherpe onderscheiding hier niet mogelijk is en misstanden ook worden aangetroffen in woningen van niet-werklieden, in woningen van de meest uiteenloopende grootte en waarde, moest aan de praktijk de noodige speelruimte worden gelaten om te beslissen, of inderdaad voor toepassing der Woningwet termen bestaan in een bepaald geval. Op de naleving van voorschriften omtrent de inrichting van slaapplaatsen bij voorbeeld, zal uit den aard der zaak moeten worden toegezien in vele woningen, die overigens zonder nader onderzoek geacht kunnen worden aan sommige eischen eener bouwverordening te voldoen.

Moet in het algemeen tegen het voorkomen van misstanden bij alle woningen worden gewaakt, het is duidelijk, dat, waar sprake is van vereenigingen, in het belang van verbetering der volkshuisvesting werkzaam, daarbij niet wordt gedacht aan verbetering van op zich zelf reeds volkomen geschikte woningen, noch aan den bouw van woningen voor meergegoeden, bij voorbeeld door coöperatieve vereenigingen van woningen voor hoogere ambtenaren. Ook te dezen aanzien kon evenwel geen richtsnoer in de wet worden vastgelegd. Voor zoover twijfel mocht rijzen in een bepaald geval, of eene vereeniging te goeder trouw het algemeen belang dient dan wel bijzondere belangen najaagt, behoorde aan het toezicht en het beleid der overheid de beslissing te worden gelaten, of die vereeniging in de termen der wet valt. En evenzoo behoorde naar bevind van omstandigheden en naar het inzicht der overheid te worden beslist bij de beoordeeling van de vraag, of er termen zijn 0111 aan eene zekere bouwvereeniging financieelen steun te verleenen. Uit den aard der zaak komen in de eerste plaats voor flnancieelen steun in aanmerking die vereenigingen, welke zich ten doel stellen woningen te verhuren tegen zeer lagen huurprijs — woningen dus die voor minvermogenden zijn bestemd — maar er kunnen zich hier en daar woning-

Sluiten