Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den voldaan ten deele door de gemeente, waaraan het voorschot is uitgekeerd, ten deele door het Rijk zelf. Het ligt in de bedoeling gewoonlijk juist zóóveel annuïteitsdeelen, als de gemeente voor hare rekening neemt, door het Rijk voor de zijne te doen nemen. Eene gemeente wenscht b.v. eene bouwvereeniging te steunen, welke niet meer dan 2"> pet. annuïteit kan toezeggen, terwijl voor rente en aflossing 412 °/0 wordt vereischt. Nu neemt het

Ryk 0 ^ ^ = 1 pet. ten zijnen laste, de gemeente evenzoo

1 pet. plus de 21 /■» pet., welke haar worden gerestitueerd. Indien eene gemeente bizondere risico's loopt, zoodat er gevaar bestaat, dat zij ten slotte verlies zal lijden, dan zal het Riik iets meer dan de helft dragen.

Deze wijze van steun te verleenen van Rijkswege aan de gemeentebesturen wordt uitgedrukt in artikel 33 derde lid: „Aan de gemeenten kunnen tot betaling dezer annuïteiten bijdragen worden verzekerd uit 's Rijks kas". Hiermede is echter niet bedoeld, dat het Rijk eerst de volle annuïteiten door de gemeenten zal doen betalen en later haar deswege subsidie zal verleenen. Er zal integendeel eene verrekening plaatsvinden; de gemeente zal niet meer hebben te storten dan, na aftrek van dat gedeelte der annuïteit, hetwelk ten laste van het Rijk blijft, door haar moet worden opgebracht.

Door te gewagen van voorschotten en bijdragen, wordt in de wet een onderscheid gemaakt tusschen de functiën, die de Staat in dezen als bankier verricht, en die, welke hij verricht als bijdragende tot de kosten van de verbetering der volkshuisvesting.

Terwijl de voorschotten, die worden gerestitueerd, belangrijke sommen zullen bedragen, zullen de eigenlijke uitgaven voor het Rijk geen buitengewone hoogte behoeven te bereiken. Indien 1 '/2 " „ als annuïteitsdeel voor rekening van het Rijk wordt gebracht,kan b.v. op deze wijze door een jaarlijksche bijdrage van f 15000 het verleenen van een voorschot van één millioen gulden mogelijk worden gemaakt.

Door toepassing van het boven ontwikkelde stelsel zal als het ware een steeds zich zelf vernieuwend fonds worden geschapen. Dank zij de toepassing van het stelsel van aflossingen binnen een bepaald aantal jaren zullen de uitgaven ten behoeve der volkshuisvesting en de voor dat doel te sluiten leeningen niet altijd door klimmen, maar zullen van lieverlede posten vrijvallen, die dan weder opnieuw besteed kunnen worden. Tevens zullen door dit middel financieel krachtige vereenigingen gevormd worden. Indien toch de vereenigingen, die geldelijk door de gemeente worden ge-

Sluiten