Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staten geen vereischte, daar de hier bedoelde voorschotten veel kleinere bedragen zullen beloopen.

3. hypothecair verband, 2e lid. In het O. O. was bepaald, dat het voorschot een bevoorrechte schuld zou vormen, die voorrang zou hebben boven hypotheek en in een afzonderlijk register zou worden ingeschreven, dat ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage zou liggen. Toen tegen dit denkbeeld vele bezwaren rezen, is, na overleg met de Commissie van Voorbereiding, in het G. O. bepaald, dat de voorschotten onder hypothecair verband zouden worden verleend. Deze hypotheken zouden voorrang bezitten boven de hypotheken, welke na 15 Februari 1901 op zoodanige woning werden ingeschreven. (Verslag M. O. blz. 4(>).

Dit bijzondere recht van voorrang werd door de Regeering verdedigd met het argument, dat de verstrekte gelden het gebouw verbeteren en daardoor in waarde doen stijgen, terwijl het anders allicht onbewoonbaar zou worden verklaard en alle waarde zou verliezen. Bij de beraadslagingen in de Tweede Kamer stelden de heeren Veegens c. s. voor, de zinsnede over den voorrang te doen vervallen. De heer Veegexs betoogde, dat de bepaling een gevaar bevatte voor de gewone hypothecaire crediteuren, terwijl bij schrapping van de bepaling de hypothecaire scliuldeischers, die krachtens artikel 14 kennis krijgen van het uitvaardigen eener aanschrijving tot verbetering aan eene woning, er belang bij zouden hebben, dat de verbeteringen werden aangebracht, teneinde onbewooubaarverklaring te voorkomen. Het amendement werd aangenomen. (H. II blz. 1391.) Het is nu wel te vreezen, dat de gemeentebesturen, aangezien de meeste woningen, waarvan hier sprake is, reeds verhypothekeerd zijn, slechts bij uitzondering tot het verleenen van een voorschot zullen overgaan.

3. twintig jaren, derde lid. In het O. O. was de termijn van aflossing bepaald op veertig jaren. Daar deze termijn te lang scheen voor aflossing van voorschotten, verleend tot verbetering van reeds bestaande, wellicht reeds oude woningen, werd hij in het G. O. bepaald op twintig jaren. (Verslag M. blz. 46).

4. faillissement, 4e lid. Dit vormt eene afwijking van art. 131, 2e lid Faillissementswet.

Artikel 30.

1. Bij besluit van den gemeenteraad kunnen onder nader bij algemeenen maatregel van bestuur te regelen voorwaarden aan

9

Sluiten