Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om deze zooveel mogelijk al te snijden, was naar haar oordeel hierin te vinden, dat de bevoegdheid, door den Raad aan artikel 185 deiGemeentewet ontleend, in haren vollen omvang werd gehandhaafd, voorzoover niet de uit dien hoofde door den Haad te nt'inen besluiten in s t r ij d geraken met de bepalingen der Woningwet. In welke gevallen aanvullende bepalingen als strijdig met de Woningwet zullen moeten worden aangemerkt, hangt van den inhoud en het ouderling verband af. (Verslag M. blz. 50).

Artikel 46.

1. Waar de uitvoering van deze wet en van de krachtens deze wet vastgestelde verordeningen en besluiten aan het gemeentebestuur is opgedragen, behoort onder die uitvoering de bevoegdheid tot het, desnoods ten koste der overtreders, doen wegnemen, beletten of verrichten van hetgeen in strijd met die wet of die verordeningen en besluiten, wordt daargesteld, ondernomen of nagelaten. Spoedeischende gevallen uitgezonderd, geschiedt dit niet, dan nadat de belanghebbende schriftelijk is gewaarschuwd.

2. De kosten, ingevolge het voorgaand lid aangewend in het belang der volkshuisvesting, zijn bevoorrecht op het gebouw, ten aanzien waarvan zij zijn besteed, en worden na de kosten tot behoud, bedoeld in artikel 1185, 4n. van het Burgerlijk Wetboek, uit de opbrengst van het goed gekweten.

Vergelijk over de strekking van het artikel het algemeen overzicht blz. 65.

Het eerste lid is eensluidend met artikel 180 der Gemeentewet. De strekking van het tweede lid is, dat met minder angstvalligheid, dan tot dusverre met behulp van art. 180 Gemeentewet geschiedde, het middel, in het eerste lid omschreven, zal worden gebezigd. (M. v. T. op art. 46).

Artikel 47.

1. Aan den schuldenaar of aan diens woning wordt door den beambte, daartoe aangewezen door het gemeentebestuur, beteekend eene door het bestuur opgemaakte en geteekende acte, die het bedrag der overeenkomstig het voorgaand artikel gemaakte kosten, zooveel mogelijk door bescheiden gestaafd, vermeldt en

Sluiten