Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaring van liet dwangbevel kan verzet worden gedaan. Hooger beroep kan niet worden ingesteld, omdat art. 47 dat rechtsmiddel niet verleent. De beslissing der rechtbank is echter krachtens de algemeeue bepalingen van de wet op de rechterlijke organisatie aan cassatie onderworpen. (Verslag M. blz. 50).

2. In het vijfde lid zijn, staande de beraadslagingen in de Tweede Kamer, door den Minister van Justitie de woorden ingevoegd: „hetzij op grond van het niet krachtens wet of verordening verschuldigd zijn van het ingevorderd bedrag." De heer Loeff had er op gewezen, dat, volgens de regeling in het ontwerp neergelegd, degene, op wiens kosten de verbeteringen zijn aangebracht, zoo goed als rechteloos zou zijn tegenover een gemeentebestuur, dat ten onrechte tegen hein op grond der artikelen 46 en 47 was opgetreden. Spreker meende, dat de Woningwet hierin moest voorzien, zoolang eene regeling der administratieve rechtspraak in ons land blijft ontbreken, of dat anders art. 47 moest vervallen, zoodat de bestaande jurisprudentie ook in de hier bedoelde gevallen van kracht zou blijven. Die jurisprudentie werd door spreker aldus gekenschetst, dat, wanneer iemand zich beklaagde over de verkeerde toepassing van eene verordening door B. en W. of door andere uitvoerders van publiekrechtelijke regelen, ten gevolge waarvan hij schade had geleden, de burgerlijke rechter zich soms competent, soms incompetent verklaarde, naar gelang hij in de opgeworpen kwestie al dan niet een vraag van privaat recht kon ontdekken, of zijne bevoegdheid meende te kunnen afleiden uit artikel 2 Rechterlijke Organisatie. De Minister antwoordde, het niet raadzaam te achten zoover te gaan, om bij al deze parate executiën den burgerlijken rechter competent te verklaren, doch laschte de bovenvermelde woorden in, teneinde althans eenigermate aan het gerezen bezwaar te gemoet te komen. Tegen de onrechtmatigheid van de door liet gemeentebestuur uitgevoerde verandering aan de woning kan ook nu niet woi'den opgekomen, wel tegen de executie van de kosten, gemaakt bij de uitvoering van die onrechtmatige verandering. (H. II blz. 1413).

Artikel 48.

1. De in de artikelen 12—20 dezer wet bedoelde bezwaar- en verzoekschriften, beslissingen, aanschrijvingen en kennisgevingen zijn vrij van zegelrecht en van de formaliteit van registratie. Hetzelfde geldt ook ten aanzien van de vergunningen bedoeld in de artikelen 5 en 49 en van de ter verkrijging daarvan in te dienen verzoekschriften.

Sluiten