Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Raad van State gehoord (advies van 4 Maart 1902, n". 22);

Gelet op het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van 16 Mei 1902, n°. 1819, afdeeling Binnenlandsch Bestuur;

Hebben goedgevonden en verstaan:

met ingang van het tijdstip, waarop de Gezondheidswet in werking treedt, het navolgende te bepalen:

§ 1. Van den centralen gezondheidsraad.

Artikel 1.

Onder goedkeuring van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken stelt de centrale gezondheidsraad een reglement van orde voor zijne werkzaamheden vast, alsmede een reglement betreffende het beheer en het gebruik van de hulpmiddelen, die te zijner beschikking zijn gesteld, het archief en de bibliotheek.

De raad stelt de instructie vast voor de onder hem werkzaam gestelde ambtenaren en bedienden.

Art. 2.

De voorzitter van den centralen gezondheidsraad ontvangt en opent alle aan den raad gerichte stukken.

Art. 3.

De secretaris van den centralen gezondheidsraad houdt een register, waarin alle zaken, met eene beknopte opgave van het onderwerp, worden ingeschreven in de volgorde, waarin zij bij den raad in overweging worden gebracht. Bij elke zaak wordt kortelijk aanteekening gehouden van hetgeen daarin achtereenvolgens voorvalt.

Het model van dit register wordt door den raad vastgesteld.

Art. 4.

De gewone vergaderingen van den centralen gezondheidsraad worden gehouden op zoodanige dagen — de Zondagen en algemeen erkende Christelijke feestdagen uitgesloten — en op zoodanige uren als de raad in zijn reglement van orde vaststelt.

Buitengewone vergaderingen worden door den voorzitter belegd, zoo dikwijls hij of de raad dit noodig oordeelt of dit door drie leden schriftelijk, met opgave van redenen, is verzocht.

Sluiten