Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 3.

Aan artikel 10 van Ons voormeld besluit wordt toegevoegd eene nieuwe alinea, luidende als volgt:

„h. het voorschrift, dat wijziging of aanvulling van de statuten of van de akte slechts van kracht zal z\jn van den dag, volgende op dien, waarop de toelating door Ons, Gedeputeerde Staten gehoord, is gehandhaafd".

Art. 4.

Na artikel 11 van Ons voormeld besluit wordt ingevoegd een nieuw artikel, luidende als volgt:

Art. 11a.

Handhaving van de toelating geschiedt op een daartoe tot Ons gericht verzoekschrift van het bestuur.

Bij het verzoekschrift moet het bewijs worden overgelegd, dat de wijziging of de aanvulling van de statuten of van de akte op rechtsgeldige wyze tot stand is gekomen.

De handhaving van de toelating wordt geweigerd, indien dit bewijs niet is geleverd, alsmede in de gevallen, omschreven in artikel 9, eerste en tweede lid.

Onze besluiten tot handhaving of tot weigering van de handhaving der toelating worden met redenen omkleed en worden openbaar gemaakt in de Nederlandsche Staatscourant; ingeval zij afwijken van het advies van Gedeputeerde Staten, met bij voeging van dit advies."

Art. 5.

In artikel 12, eerste lid, van Ons voormeld besluit vervallen de woorden: „alsmede indien bij wijziging of aanvulling van de statuten of de akte die wijziging of aanvulling niet binnen eene maand ter Onzer kennis is gebracht of niet langer wordt voldaan aan de eischen, gesteld bij de artikelen 10 en 11."

Art. 6.

Na artikel 18 van Ons vermeld besluit wordt in § 5 ingevoegd een nieuw artikel, luidende als volgt:

„Art. 18a.

Geldelijke steun van Rijkswege wordt aan gemeenten verleend voor de doeleinden, in § 7 der Woningwet omschreven, indien blijkt, dat het belang der volkshuisvesting door den maatregel, in verband waarmede die steun wordt verzocht, op richtige wijze wordt bevorderd."

Sluiten