Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Waar de Minister er zelf op wijst, dat het voor de organisatie van het bedryf van groot belang is zokerheid te hebben dat de bank het haar toegekende recht gedurende geruimen tijd zal behouden, zal hy, meende men, moeten toegeven, dat het niet gewenscht is, dat de bank na verloop van de 15 jaren, voor welke haar octrooi verlengd wordt, telkens slechts voor één jaar zekerheid ten aanzien van het behoud van dat recht hebbe. Indien de Minister gekomen ware met een voorstel om nu reeds ieder jaar opzegging mogelijk te maken, dan zou dit zeker geen byval verworven hebben. Maar kan dan aannemelijk worden geacht een voorstel, dat na 15 jaren denzelfden stand van zaken doet ontstaan? Wil men de bestaande regeling niet onveranderd bestendigen, omdat daardoor aan het Kabinet, zittend op het oogenblik waarop opzegging zou moeten geschieden, te veel macht wordt gegeven, ware dan dit bezwaar niet te ondervangen door te bepalen, dat de opzegging niet alleen bij Koninklijk besluit maar ook bij de wet kan geschieden? Ieder lid van de Kamer kan dan door indiening van een wetsvoorstel de quaestie der opzegging aanhangig maken.

§ 7. Het voorstel tot intrekking der muntbiljetten vondalgemeene instemming. Alen was met den Minister van meening, dat de uitgifte van dergelijk papiergeld in beginsel afkeuring verdient, waar het niet is gedekt door metaal of op korten termijn verstrekte kredieten.

Vele leden waren van meening, dat de Minister het bezwaar, dat uit de intrekking der muntbiljetten voortvloeit ten aanzien van het doen van gerechtelijk aanbod van betaling en consignatie te licht telt, al achtte men dit bezwaar niet zóó gewichtig, dat daarom van de intrekking der muntbiljetten afgezien zou moeten worden. Maar wel verdient het, naar men meende, ernstige overweging, of niet wettelijke voorziening ten aanzien van dit punt getroffen behoort te worden. Reeds nu geeft de omstandigheid, dat bankbiljetten niet gebruikt kunnen worden voor gerechtelijk aanbod en voor consignatie na voorafgaand aanbod, soms tot moeilijkheden en schade aanleiding. De Minister vermeldt, dat de bedragen, die in de consignatiekas gestort worden, niet zeer groot zijn, maar de bedragen, die gerechtelijk worden aangeboden, overtreffen hetgeen geconsigneerd wordt. Thans kan men voor gerechtelijk aanbod nog gebruik maken van muntbiljetten. Zijn deze ingetrokken, dan zal het reeds bestaande bezwaar nog meer gevoeld worden. Zilver is voor betaling van belangrijke bedragen niet te gebruiken en goud is zoo goed als niet verkrijgbaar.

Herinnerd werd aan hetgeen voorviel bij de behandeling van het in 1889 ingediende wetsvoorstel tot instelling van

Sluiten