Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bouwbanken of andere credietinstellingen niet onthouden is de algeraeene toelating tot disconteeren, waarvan boven sprake was, is de Bank steeds zeer vrijgevig in het aannemen van dergelijk papier; en werkelijk bevond zich dan ook op uit. Augustusjl. een bedrag van ƒ 8 943 326 aan landbouwerspapier en papier met het landbouwbedrijf rechtstreeks verband houdende in hare portefeuille.

Met betrekking tot de in het Voorloopig Verslag geopperde vraag, of het niet mogelijk ware de gelegenheid tot bewaargeving van waarden bij de Eank uit te breiden en goedkooper te maken, meent de ondergeteekende te mogen opmerken, dat een en ander hem in het belang van het verkeer allerminst noodig voorkomt. Dat verkeer toch schijnt volkomen tevreden te zijn met de ter zake van de bewaarnemingen gestelde voorwaarden van de Bank, want van jaar tot jaar wordt er drukker gebruik van gemaakt. In verband daarmede is het personeel der afdeeling bewaarneming, dat in 1889 uit slechts 3 beambten bestond, bereids tot 22 beambten uitgebreid, en zal het eerlang nog moeten worden versterkt, lteeds begint de ruimte voorde veilige berging der waarden op inderdaad bedenkelijke wijze te kort te schieten, en elke aandrang om bewaargevers nog meer dan thans de hulp van de Nederlandsche Bank te doen inroepen behoort dus voorshands uitgesloten te blijven: daargelaten nog de overweging, of het op den weg der Bank liggen kan om aan het bedrijf van anderen op dit gebied eene misschien doodelijke concurrentie aan te doen.

Ad. 5°. Het schijnt niet wenschelijk de bevoegdheid te geven tot uitgifte van biljetten van J 5. Dergelijk klein papier verkeert spoedig in vuilen en gehavenden toestand, hoeveel moeite men zich ook getrooste om de verversching te bevorderen. Het gevaar voor namaak wordt daardoor aanmerkelijk vergroot.

§ 4. Hier ter plaatse wordt in het Voorloopig Verslag een hoogst, belangrijk onderwerp aangeroerd, dat, gelijk terecht wordt ondersteld, ook bij de onderhandelingen met het bestuur der Bank een punt van ernstig overleg heeft uitgemaakt. Het betreft de vraag, ot niet een wettelijke waarborg moet worden verkregen, dat de Bank aan hare tot dusver gevolgde, zoo heilzame goudpolitiek ook in de toekomst zal vasthouden. Het zou ongetwijfeld van veel beteekenis zijn, indien men te dien aanzien zekerheid had. Intusschen, de zaak is niet van eenvoudigen aard.

Wat bestendigd moet blijven is het volgende: zoodra de wisselkoersen op het buitenland gestegen zijn tot het peil waarop uitvoer van goud de minst nadeelige wijze van betaling wordt,

Sluiten