Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene maatschappij zijn heerenrechten verschuldigd voor transport van onroerend goed van oude op nieuwe maatschappij.

80. Heerenrechten. — Ex parte C. J. van Griethuizen. O. R. 1897. 503.

Bevel van het Hof tot verandering van een inschrijving in het grondboek zonder betaling van heerenrechten.

IV. ZAKELIJKE RECHTEN.

a. Servituten.

81. Vestiging van servituut. — Jansen and Hom vs. IJzel. II. K. 6. 1881. (Holl. uitg. 7).

Bevel tot vestiging van servituut ten behoeve van koopers van onroerend goed, dat hun nog niet is geleverd.

82. Servituut van uitspanning. — Bok vs. Allen. II. K. 119. 1884. (Holl. uitg. 137).

Over soorten van publieke uitspanningen en inschrijvingen daarvan.

83. Vestiging van servituut. — De ViUiers vs. Erasinus. II. K. 138. 1883. (Holl. uitg. 159).

De kooper van onroerend goed, die weet dat daarop een servituut is verleend, moet de inschrijving daarvan op zijn eigendomsbewijs toelaten.

84. Omvang van servituut. — Wol vaar dt vs. P ie naar. II. K. 162. 1884. (Holl. uitg. 187).

Uitlegging van de woorden waarbij een servituut verleend is.

85. Bewijs. — Krige vs. Wilson. III. K, 53. 1885.

Het bestaan van een servituut wordt niet zonder duidelijk bewijs aangenomen.

Sluiten