Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

161. Bedoeling. — Van Rijn Goud mijn maatschappij va. New Chimes Goud m ij n m aat schap pij. O. R.

1894. IV. 38.

Waar volgens bedoeling van partijen een waterleiding gemeenschappelijk gebruikt zal worden, mag een van beide een verandering in de wetgeving niet te baat nemen om aan de gevolgen dier overeenkomst te ontkomen.

162. Gebouw. — D. H. Lebkowitz va. Billingham &

Co. O. R. 1895. 50.

In casu is onder »gebouw" ook een houten schutting

te begrijpen.

163. Bedoeling en strekking. — Donovan vs. De iuitfontein Estate Co. O. R. 1895. 298.

Uitlegging van een beding volgens bedoeling, strekking en plaatselijk gebruik.

164. Bedoeling. — Sacke en Saenger vs. Schuier. O. R. 1896. 130.

Uitlegging van een beding volgens bedoeling van partijen.

165. Bedoeling. — Jooste vs. Charlis. O. R. 1896. 170.

Uitlegging van een beding volgens bedoeling van partijen.

166. Bedoeling. — Curie wis vs. Ca r lis. O. R. 1897. 114.

Andere beslissing omtrent bedoeling van partijen dan in de beide voorafgaande zaken.

167. Tijdsbepaling. — J. P. Cregoe vs. F. Bezuiden hout en Lark Syndicate. O. R. 1897. 126.

Beslissing omtrent de wijze van termijnberekening volgens contract.

168. Kosten. — Kleynhaus vs. Kerkeraad der Nederduitsch Hervormde Kerk e. a. O. R. 1897. 356.

Uitlegging van de woorden »alle kosten" in een arbitragecontract.

Sluiten