Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Hof', waar uit de omstandigheden bleek, dat de crediteuren geen wettige benoeming zonden doen.

372. Verzet tegen benoeming van curator. — Hugo, Theron en Malherbe vs. F. J. Moller. O.R. 1895. 164.

Na verloop van den tijd in art. 40 van Wet 21 van 1880 daarvoor bepaald, kan geen verzet tegen de benoeming van een curator gedaan worden, behalve op grond van gepleegd bedrog.

373. Kosten. — Ballot n. o. vs. Curator van J. H. Stroebel. O. R. 1897. 234.

Onder faillissementskosten zijn ook begrepen de kosten van verdediging tegen een verzoek tot insolventverklaring.

374. Niet opkomst van crediteuren. — Ex parte Meester van het Hof re Insolventen boedel van J. W. Schmidt. O. R. 1897. 447.

Beslissing over de vraag, hoe gehandeld moet worden, als na oproeping geen schuldeischers in een insolventen boedel opkomen.

375. Kosten. — Rolfes Nebel & Co. vs. F. Norris. O. R. 1897. 469.

Kosten van voorloopige sequestratie te dragen door den verzoeker.

XII. MIJNWETGEVING. — OCTROOIWET.

u. Mijnconcessie en mijnpacht.

376. Rechten van derden. — Gil baud & Co. vs. Walker and others. II. K. 82. 1883 (Holl. uitg. 97).

Na verleening van concessie mogen derden geen claims meer afpennen of delven.

Sluiten