Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaruit wc vertrouwbare bescheiden omtrent de Deense Antillen bezitten, dus sedert het laatste vierde deel der I7t1e eeuw, wordt nooit van Caraïben gerept. Met hun taal behoeft dus weinig rekening te worden gehouden.

Gedurende de eerste twintig jaren van de zeventiende eeuw golden de eilanden voor geheel en al verlaten. De nauwkeurige De Laet maakt in 't geheel geen melding van de eilanden St. Thomas en St. Jan; hij haalt alleen een scheepsbericht aan van „Sir Francis Draeck" (Drake), die getuigt dat hij op Las Virgines „een goede reede voor 1000 zeijlen" aantrof, 't geen blijkbaar op de later zeer vermaarde baai en ree van St. Thomas slaat. Van Santa Cruz geeft De Laet een korte beschrijving, eindigend met de mededeling dat het „een leegh Eylant" is '). Lang na de samenstelling van De Laet's boek is het dit echter niet gebleven. Nederlanders en Engelsen hebben zich er gevestigd, volgens sommigen reeds in 1625; het is waarschijnlik dat de Nederlandse kolonisten voor een deel herkomstig waren van Brazilië, dat wij in 1626 moesten prijsgeven. Hoe dit zij, voor de later op St. Croix gesproken taal was deze eerste vestiging van de Nederlanders van geen belang, want in 1645, toen de gehele bevolking van 't eiland ruim 600 zielen telde, ontstond er een bloedige twist tussen de Engelse en de Nederlandse bewoners, waarvan het einde was dat de laatsten het eiland verlieten en zich, volgens Knox2), naar St. Eustatius en St. Martin begaven. Bij deze twist hadden een honderdtal Fransen die zich op 't door de Nederlanders bewoonde deel van 't eiland gevestigd hadden, onze zijde gekozen; zij trokken naar Guadaloupe 3). Deze biezonderheid verdient aangetekend te worden omdat dit samenwonen van Fransen en Nederlanders in de West geen op zich zelf staand verschijnsel is, en invloed gehad kan hebben op de taal.

') De Laet, Beschrijvinghe van West-Indiën, 2'le druk, Leiden, 1630, blz. 39 vlg. In zijn Historie ofte jaerlyck Verhael van de Verrichtinghen der Geoctroyeerde West-Indische Compagnie sedert haer begin tot het eynde van 't jaar 1036 (Leiden, l(J4t) wordt geen van deze eilanden genoemd.

2) Knox, blz. 26.

') Du Tertre, Histoire générale des Antilles hahifées par les Franfois, 3 dln. Parijs, 1667 -1671, 1 blz. 272.

Sluiten