Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slotte weg, maar nog later, o. a. in 1719 en in 1724 '), is er sprake van liun vermeende rechten op Krabbeneiland.

Het blijkt niet uit het verhaal van Höst hoe lang dit, zeker allermerkwaardigst, gebruik van onze taal als regerings- en verkeerstaal in een nooit aan onze staat toebehoord hebbende streek zich heeft gehandhaafd. De schrijver zegt eenvoudig dat „de plakkaten gedurende vele jaren in 't Hollands zijn geschreven" (blz. 19). In 1761 had onze taal die voorrang bij de regering niet meer, of wel men trachtte hem door t geven van privileges op 't Deens te doen overgaan. Immers in dat jaar beval de goeverneur Von John dat men voor t opstellen van een testament in de stad aan de sekretaris had te betalen 5 rijksdaalders, indien men zich van 't Deens bediende, en 10 rijksdaalders, indien men zich bediende van t Hollands, Frans, Engels of Spaans. Op 't platteland werd de prijs verdubbeld s).

De jonge kolonie had in de eerste jaren groot gebrek aan werkkrachten voor de landbouw, en aan geld voor de handel. Door 't vestigen van twee forten aan de Goudkust, en t inrichten van een levendige slavehandel op St. Thomas, voorzag het moederland in de eerstgenoemde behoefte; bedrijfskapitaal voor de handel was niet zo gemakkelik in voldoende hoeveelheid te verschaffen, en voor 't binnenlands verkeer was nog geruime tijd tabak het gebruikelike ruilmiddel. Met het doel vlottend kapitaal naar 't eiland te brengen werd in 1685 door Christiaan V aan een Brandenburgse handelmaatschappij een koncessie van dertig jaar verleend om zich op St. Thomas te vestigen. Deze maatschappij sloeg haar pakhuizen en kantoren op in 't Westelik gedeelte van de hoofdplaats, dat nog tans naar hen 't Brandenburgse kwartier wordt genoemd. De voornaamste aandeelhouders waren Hollanders; de macht van't Nederlandse kapitaal, dat in de 17'le eeuw zo veel tot stand bracht, deed de nieuwe maatschappij zó bloeien dat, twee jaar na de vestiging der faktorij, zij vijf schepen in de vaart had en vijftig personen in haar dienst. Maar het is zeker dat de Hollanders niet alleen door bun geld overwegende invloed hadden; het scheepsvolk

') Höst, blz. 02, 75. ■) Höst, blz. 150.

Sluiten