Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1766 '). Na 1766 schijnt de handel inderdaad wat te zijn toegenomen, doch dat hij tot in 1781 geen buitengewone betekenis had, weten wij uit hetgeen een Nederlands zeeofficier, C. de Jong, in 1781 op St. Thomas waarnam 2).

De geschiedschrijver Höst deelt ons enige cijfers mee omtrent de grootte der bevolking van St. Thomas, afkomstig uit een tijdperk dat onmiddellik aan 't bezoek van onze landgenoot de Jong voorafging. In 1773, t jaar waarin Höst goeverneui werd, liet hij een volkstelling houden. De uitslag was dat St. Thomas 39 suiker- en 43 katoenplantages telde, waarop mén aantrof een blanke bevolking van 18 mannen, 14 vrouwen, 5 jongens, 5 meisjes en 12 bedienden; verder 1632 volwassen negers, 574 kleurlingen, 227 negers onder de 16 jaar en 728 kinderen onder de 12, benevens 6 „Bosaler", een woord dat ik niet anders kan verklaren dan als een schrijfwijze voor „Bussaler", pas aangevoerde negers (z.g. „zoutkoppen"). In de stad vond men onder de blanken 112 mannen, 71 vrouwen, 35 jongens, 47 meisjes en 17 bedienden; de volwassen slaven waren er 547 in getal, de kleurlingen 67, de halfwassen negers 108 en de negerkinderen 309. Bovendien woonden er 112 vrijnegers met 118 negerinnen en 106 kinderen; zij hadden 90 slaven in hun dienst. Op St. Jan trof men 27 suiker- en 42 katoenplantages aan, met een bevolking van 104 blanken en 2330 slaven. Van St. Croix worden geen cijfers vermeld ').

Deze census bevat voor ons doel minder bruikbare gegevens dan die van 1688 met zijn opsomming van de landaard deiverschillende gezinnen. Indien we beide tellingen met elkander vergelijken, kunnen we echter vaststellen dat de blanke bevolking op 't platteland sterk was verminderd, en die van de hoofdplaats sterk was toegenomen, 't geen zeker voor de handhaving der Nederlandse taal een groot gevaar opleverde.

Wij zullen tans het boek van de Jong, eigenlik een verzameling van 22 brieven, opslaan. Hij kwam van het eiland St. Eustatius, had daar het buitengewone scheepvaartverkeer gezien en ook de ramp bijgewoond die voor goed een einde

') Knox, blz. 67, 87, 88. :) Zie hierachter, blz. 23. 3) Höst, blz. 175.

Sluiten