Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieene woorden,... die sellie dog gebryk in daglig Omgang". Als staaltjes van 't kenmerkend verschil tussen de beide vertaalwijzen (dat 't meest uitkomt bij de bewerking van stukken in verheven stijl), noem ik het gebruiken van een naar Hollands model gevormd passief door de Herrnhutters, terwijl de Denen zich in de regel van deze, aan 't eigenlik Kreools onbekende, grammatikale kategorie onthouden; verder citeer ik de Deense omschrijving „vier die no sal yt" tegenover de uitdrukking der Herrnhutters „eeuwig vuur". De Denen spreken van Donker, Kop, Adderkinders enz. waar de Herrnhutters schrijven Nacht, Hoofd, Adderen-Geslacht; 't Kreoolse meervoud, gevormd door sender, is bij de Denen regel, bij de Herrnhutters uitzondering. Eindelik vindt men in de Deense vertaling verschillende Danismen, waarvan ik tans alleen noem Jomvrow en Hyklar voor jonkvrouw en huichelaar.

De verschillende Deense geschriften zijn:

1. Een boekje bevattende een A. B. boek, de kleine Katechismus van Luther en enige psalmen, gedrukt te Kopenhagen in 1770. Dit werkje, en de twee volgende nummers, worden vermeld in het „Voorberigt" tot de vertaling van 't Nieuwe Testament; ik heb dat voorbericht in de bloemlezing laten afdrukken. Het boekje zelf heb ik niet machtig kunnen worden.

2. Grammatica over det Creolske Sprot), som brugespaa de trende Danske Eilande, St. Croix, St. Thomas og St. Jans i America, sammenskrevet og opsat af en paa St. Thomas indföd Mand. Trykt udi det Kongelige Waysenhusets Bogtrykkerie, af Gerhard Giese Salikatli. Kopenhagen, 1770, 8°, 80 blz. In 't vervolg geciteerd als G. D.

De schrijver van deze spraakkunst, de „indföd Mand , d.w. z. Kreool, op het titelblad genoemd, is J. M. Magens, gelijk hij zich tekent aan de voet van de opdracht van zijn werk aan Graaf Otto Thott. Hij heeft zijn werk ondernomen ten bate van de Deense missie op de Westindiese eilanden. In zijn voorrede zegt hij dat het Kreools der Deense eilanden afgeleid is van 't Hollands, daar de eerste blanke bewoners grotendeels afkomstig waren van de Hollandse gewesten in Europa. Voorts deelt hij mee dat, indien men zich naur de uitspraak der negers een denkbeeld wilde vormen van 't Kreools, men zich zeer zou vergissen, aangezien deze de „Litteras Gutturales niet

Sluiten