Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats Onze teksten geven dat niet altijd weer en evenmin de woordelifsten. Toch lees ik in 't Nederlandsch-PapiementschSpaansch Woordenboekje (Curatjao, 1875) de volgende vormen: habrir voor abrir (aanbreken), hafdak voor afdak, hankra voor anchora (anker), hasa voor asar (braden), holer voor oler (ruiken), hancho voor ancho (breed), hera voor errar (dwalen), haas voor aas (lokaas), haltoe voor altoe (rijzig) enz. Men ziet dat zo wel woorden van Spaanse als van Nederlandse afkomst die abnormale h vertonen.

Een dergelijke h hebben ook de negers van de Deense Antillen aan 't begin der woorden gewenst. Daarop wijzen vormen als hogo (oog), hoor (oor), hou en hourve (oud). Die eigenaardige „Anlaut" in de mond der negers heeft de missionarissen soms doen aarzelen in hun spelling, vooral wanneer zij dachten aan 't geen zij van de Nederlanders (Zeeuwen) hoorden. Zo schrijven de Duitsers steeds em ('t voornaamwoord) en a ('t partikel van de verleden tijd, vgl. § 59), maaide Denen hem en ha.

Hoe zijn nu de „overtollige" h's in 't Negerhollands te rijmen met de Zeeuwse afkomst der kolonisten? Het is toch bekend dat in het Zeeuws de in het Nederlands door h voorgestelde artikulatie regelmatig en onafhankelik van de omgeving achterwege blijft J); aan „omgekeerde schrijfwijs" (graphie inverse) kan men niet denken, want een „omgekeerde schrijfwijs" die regel — en regel met bijna geen uitzondering, eigenlik alleen em bij de Duitsers — is geworden, is vrij wel een ongerijmdheid. Hoe ik de moeilikheid »ou willen oplossen, blijkt reeds

') Schuchardt, Kreol. Stufl. I, blz. 16. Soms wordt deze h nangeduifi door een j waarmee dan de Spaanse klankwaarde (die van een postpalatale spirans) bedoeld wordt. De anarchie in de orthografie van 't Papiements is een lastig ding. Evertsz schrijft b.v. muchoe, veel, met een w in de eerste, en oe in de tweede lettergreep, omdat de klank van de eerste sylbe van Spaanse, maar die van de tweede, volgens de schrijver, van Hollandse oorsprong is (Compendia de la gramatica del Papiamento, Curazao 1898). Zulk een systeem is interessant voor wie de zienswijze van een schrijver in een etymologiese kwestie wil leren kennen, maar in de praktijk onbruikbaar. Andere schrijvers richten zich naar 't Spaans of naar 't Nederlands; een taal met weinig of geen literatuur heeft het voorrecht fonefiese spelling te kunnen verdragen, en het is jammer indien daarvan geen gebruik wordt gemaakt.

2) Verschuur, blz. 164; Kousemaker, blz. 4.

Sluiten