Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weslafrikaners, zegt Henrici '), bewegt sich fortdauernd innerbalb der Gegensatze innen und aussen." Ook heeft alle Kreools een sterke neiging om niet nadruk te spreken; vandaar verdubbeling en verlenging der vormen en voorkeur voor omschrijvingen met niet (niet een man, niet een goed voor niemand en niets) want „der negative Ausdruck ist von grösserem Gewicht als der positive"2). De eigenaardigheden die wij bij alle minder beschaafde sprekers kunnen opmerken, komen in de talen die onder de invloed van kleurlingen gekomen zijn, veel sterker aan den dag.

De spraakkunst van Magens (blz. 25—33) geeft een lange lijst van bijwoorden, voorzetsels en voegwoorden, waarvan vele zulke eigenaardige, versterkte vormen vertonen. De schrijvers der Duitse spraakkunst hebben die lijst overgenomen, hoewelzij getuigen dat vele van die woorden in de geschriften der Moraviese broeders niet algemeen gebruikelik zijn; ook vestigen zij de aandacht op de afwijkende schrijfwijze, die zij echter in dit hoofdstuk grotendeels van hun Deens voorbeeld hebben overgenomen.

Ik zal hier van deze lijst alleen de woorden meedelen die afwijken van de overeenkomstige woorden in het beschaafde Nederlands, of die de besproken woordvorming duidelik aantonen. Gemakshalve behoud ik de indeling van Magens, hoewel de schrijver zelf op de gebreken daarvan wijst; inderdaad haspelt hij bijwoorden en voorzetsels telkens dooreen. Enkele woorden die ik in de teksten vond heb ik bij dit lijstje gevoegd.

§ 64. a. Bijwoorden van plaats. Naast wae, dae, hie staat waeso, daeso, hieso; ook in 't gemeenzame Nederlands kan op de woorden waar, daar en hier in 't biezonder de aandacht gevestigd worden door er so achter te voegen. In 't Negerhollands is die achtervoeging bijna regel geworden, overeenkomstig de Kreoolse neiging tot emfase.

Anderplek (elders); na aster, na onder, na middel onder, na bobo, na voor, na bittie, na binne, na molee (achter, onder, tussen, boven, vóór, buiten, binnen, beneden); na die plek, na som plek, na niet een plek, na overal (daar, ergens, nergens, overal).

') Henrici, blz. 38.

2) Schuchardt, Kreol. Stud. IV, blz. 35.

Sluiten