Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TE LAAT

Er kwam een doode, half-vergeten droom Stil in den vóórnacht aan mijn leger staan,

Die zag mij vragend en droef smeekend aan; 'k Beroerde zacht den donk'ren mantelzoom,

Of ik wel waakte en 't niet louter waan Kon wezen. En ik voelde d' ouden schroom. Ik wilde vluchten, maar ik kon niet; loom Lag ik ter neer en smeekte hem te gaan.

Hij keerde en ging; maar voor hij zou verdwijnen, Sloeg hij opééns de mantelplooien open En ik zag glinsterwitte wieken schijnen,

Een gouden glans, om 't blij gelaat geslopen, Als diadeem door 't blonde haar zich lijnen .... Ik kón God's Engel niet tot blijven nopen.

Sluiten