Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MUZIEK

Van lenteregen, die in warme droppen Komt ruischen door de koude, dorre twijgen En 't vale land wekt uit z'n vvinterzwijgen Wijl openspringen alle bloesemknoppen,

Van morgenzon op lichtbewogen koren Waar vlinders om de blauwe bloemen stoeien, Over het pad de windekelken groeien En 't bruine bijtje z'n gezang laat hooren,

Van kinderkopjes, die elkaar verdringen, Tripplende voetjes, die een dansje wagen, Frischroode mondjes, die om kusjes vragen, — Gaan zacht en blij de luchte tonen zingen.

Dan is de wind, door 't ruige duin getogen, Die voor de zee een lied speelt op z'n luit, Totdat de schoone, ongetemde bruid Hem juichend in de armen komt gevlogen,

En 't duister woud èn sombere ravijnen, Vol dof gedonder van den waterval, Besneeuwde bergen, die de hemelhal Als witte pijlers te ondersteunen schijnen:

Sluiten