Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden om hunnen stam, leefden en zieli gezond vertoonden. Wij komen spoedig op deze zeer belangrijke proefnemingen terug.

Op gelijke wijze werden in Februari 1900 zes appelen in struikvorm, op Paradijs geent, geplant in gaten van 1.80 M. middellijn met graszoden om den boom en zes artdere op gelijke wijze in even groote gaten, maar de oppervlakte werd open gehouden. 1 oen deze boomen in November 1901 werden opgenomen hadden de Kr»N-HtrUikvuriiieii met mimler dan 23 o;0 ,,, gewicht verloren en waren 1£ % «lood.

Spreken deze proefnemingen niet duidelijk?

Teneinde den invloed na te gaan van grasvlakten om boomen van hoogeren leeftijd, werd in 1899 om een aantal boomen in struikvorm, die tot nog toe als normale boomen zich hadden gedragen, van het entjaar gerekend 8 jaren oud waren en steeds open grond om hunne wortels hadden, gras gezaaid en wel zoodanig, dat misschien alleen de uiterste dunne wortels op den duur zich tot in den oper. grond konden verlengen.

En (schrijven de proefnemers) de nadeelige gevolgen van de gi-a*|»i>-

plantuig heten zu l. weldra zien. Zelfs in het eerste seizoen nadat het gras gezaaid was was het aan het uiterlijk van de boomen duidelijk, dat het niet in den haak was. Zoowel het gebladerte als de schors namen eene eigenaardige kleur aan, ge eel in overeenstemming met die der andere gras-struikvornien. De groei,

die tot nog toe flink en gezond was geweest, werd merkbaar minder en de bladeren begonnen even vroegtijdig te vallen als de andere gras-struikvormeu. AI deze verschijnselen traden nog sterker op in de twee volgende jaren, zoodat

ua pr?rriS lVCrJkl,aren' dat de boonle» in <!<-' jaren gedurende welke zij tot heden (1903) behandeld zijn, geen schot hebben gemaakt, niet zijn gegroeid.

Is beplanting van gras om oude appelboomen in struikvorm door het vorige bewezen nadeelig te zijn, niet minder sprekend zijn de proeven met oude appelkroonboomen. \ anaf het jaar der enting gerekend, waren zij 11'/* jaar oud en door en door krachtig en gezond.

In 1902 werden 18 boomen voor de proef bestemd. Elk van zes boomen werd omgeven door eene grasvlakte die 3.60 M. lang en breed was; zij kwamen daardoor overeen met die van eeu perceel, waarvan de boomen sinds 1895 reedb in dien toestand hadden verkeerd. Van eene andere groep van 6 boomen wasde begraasde vlakte om eiken stam 1.80 M. in 't vierkant, terwijl van eene

i uT» -6 bo<mie" elk afz°nderlijk omgeven waren door eene opene ruimte van 1.80 M. in t vierkant en dan eene grasvlakte volgde, die 3.60 M. landen breed was; m. a. w. uit een grasvlakte van 3.60 M. in "t vierkant, was eene opene ruimte van 1.80 M. uitgesneden. i»

r b.leek? Dat de boomen, waarvan de wortels met eene grasvlakte van 3.60 M. in t vierkant bedekt waren, merkbaar geleden hadden; de bladeren waren in gewicht bij de normale bladeren even achterlijk als die van boomen 1

welke reeds van af 1895 door gras waren omgeven!

Bij de 6 boomen, die eene kleinere grasvlakte om zich hadden en die waarbij eene opene ruimte den stam omgaf, bleek het verlies geringer.

I>us in betrekkelijk zeer korten tijd deed zich de nadeelige invloed van eene gi'a*d)C|)l<intiiig om die oude liomiicn gevoelen.

W ij schreven boven, dat de proefnemers met een dertigtal kroonboomen in het .laar 1898 proeven begonnen te nemen, ten einde na te gaan op welken afstand eene gras beplanting van den stam moet verwijderd zijn om geen nadeehgen invloed meer op de wortels te kunnen uitoefenen en dat daarvoor

Sluiten