Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nelke hem heen om werk te zoeken... werk... werk, eigenaardig werk. dat hij daar zal vinden.

En hij kan niet weigeren: hij moet gaan. liij moet, anders zou zij denken, «lat hij niet van haar hield, dat hij te lui. te vadsig was 0111 voor haar en hun kind te werken of... hij moet haar alles zeggen, hij moet haar bekennen, dat alles, wat hij haar heeft verteld, slechts logen en bedrog is geweest, dat hij dat brood heeft gekregen, omdat hij heeft beloofd zich aan te sluiten hij de Bokkenrijders — dat nooit, van z'n leven nooit — ze zou hem haten en verachten.

Loom, zwaar met logge stappen begeeft hij zich dien middag op weg; hij heeft geen afscheid durven nemen van zijne vrouw; hij heeft haar niet een kns durven drukken op hare lippen, want hij was bang. dat zij iets zou merken, dat hij zich zeiven zou verraden.

't Wordt duister; een onbeschrijfelijke angst, die zich van hem meester maakt, een bang zijn. dat hij vroeger nooit heeft gekend; als dreigende, geheimzinnige spookgestalten drijven de wolken hem voorbij in misvormde, wanschapige kolosfiguren, en 't is of de hoornen langs den weg plotseling zich hebben veranderd in lange gedrochten. die hunne reusachtige, kromgebogen ai-men naar hem uitstrekken; ze wieglen, ze buigen zich tot hem neer om klauwend de spitse vingers te haken in zijn nek: hij durft niet verder; hij wil terug om haar te bekennen, dat hij gelogen heeft, dat hij geen werk heeft kunnen vinden, dat zij gedoemd zijn om dood te'gaan van gebrek ... o God neen, neen en het hoofd valt omlaag: de oogen vast dichtgenepen. om ze niet'te zien die

Sluiten