Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren, zijn hand, zijn gezicht, zijn naakte vleesch te beroeren.

-t Is een slechte plaats, waar zij zich thans bevindt; het lage, dikgegroeide struikgewas ontneemt elk uitzicht ; hooger moet ze naar een punt, van waar ze <len geheelen omtrek kan overzien.

Zich optrekkend aan de twijgen der struiken kruipt ze omhoog.

Plotseling voor haar, tusschen twee dikstammige hoornen, een kleine hut; nieuwsgierig tuurt zenaar binnen door een der kleine vensters; 't is daar alles stil. verlaten; 't krot is zeker onbewoond, want er is geen enkel meubelstuk, geen tafel, geen stoel zelfs in.

De deur is open.

Aarzelend, schuw om zich heen kijkend, betreedt zij den vloer van 't kleine huisje.

Ken prachtig, uitgestrekt panorama, dat zich voor

haar oog ontrolt.

Vlak onder haar 'tgroote domein, „de Hof burg." te midden van 't park met de breede, witte om groote bloemperken zich slingerende en kronkelende wegen, omcirkeld door tal van heuvelen, welker kruinen bedekt zijn door uitgestrekte bosschen; veel lager het dorpje met z'n onaanzienlijke huisjes in onregelmatige orde om 't eenvoudige kerkje verspreid en verder tot uren in den omtrek groene golvende weiden, breed goud omlijst door deinende, wiegende korenvelden, waartusschen als dunne strepen de veldpaden in weifelende glooiingen, dalend naar den grooten weg.

Lang staat ze turend naar dat kasteel, naar die velden. die heuvelen en bosschen.

Sluiten