Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sleuren een ellendig, kommervol bestaan, gebrek zal hij leiden met zijn vrouw en zijn kinderen en dat gebrek zal hem misschien ook eens misdadig doen zijn, evenals haar Nol geweest is, en ze aanschouwt weer die galg, die in de somher donkere lucht bengelende lijken, die zwarte vogels niet wijd uitgestrekte vleugels; ze hoort weer die krassende raven en een huivering glijdt in snelle rillingen over haar lichaam.

Haar verpleegster merkt dien twijfel, die aarzeling,

zij is reeds zeker der overwinning en dringender, hartstochtelijker herhaalt ze weer: „je zult hem niet van ons wegnemen; je zult ook bij ons hlijven en dan zullen wij beiden zijn moeder zijn, niet waar f en ze drukt

haar hand inniger, vaster.

„O God. ik weet niet wat ik zeggen moet, Mevrouw; 't is alles zoo onverwacht, zoo opeens; laat mij tenminste een beetje tijd om te denken.

„Neen. neen, je blijft bij onsje lieele leven lang, dat is afgesproken," juicht ze zegevierend, terwijl ze de hand der overwonnene aan haar lippen brengt en kust met heeten adem.

Een mooie zomersche dag.

Het zonnelicht valt schitterend door de niet meer gesloten vensters in het ruime vertrek; voor het ledikant in een houten leuningstoel vrouw 1'oijck, afzichtelijk misvormd ; over liet geheele gelaat een dun rillerig vlies, met groote, witte kuilplekken; de spitsbeenderige neus, als een snavel vooruitstekend; ondei de wijd open oogen breede, waterige randen, blauw-rood.

Sluiten