Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenig verwijt mogen doen als je eigen kind niet zoo gezond, niet zoo krachtig wordt, als je zelf gaarne hadt.'

„Heb daar geen zorg voor, mijnheer."

Zoo werden wij samen opgevoed, met dezelfde moedermelk, zij, Marie de Bertheuil, de dochter van een der voornaamste en rijkste ingezetenen van België, en ik, de jongen van een eenvoudigen tuinman, zoo groeiden wij samen op als broeder en zuster.

't Waren heerlijke dagen.

Samen gingen wij naar school, samen naar de christelijke leering, samen leerden wij onze lessen en samen deelden wij de bidprentjes ons door den pastoor van het dorp gegeven.

En de dorpelingen lachten ons minzaam toe, als ik met m'n houten klompen haar in den winter bij sterken dooi of des zomers na hevige regenbuien in m'n armen nam oni haar te dragen over de breede plassen, omdat zij haar schoentjes niet zou vuil maken.

Toen was op zekeren dag mijnheer de Bertheuil tehuis gekomen en had aan zijn dochtertje gezegd, dat het nu tijd werd om muziek te leeren, want dat moesten alle meisjes van deftigen huize kennen.

Mijn vriendinnetje had hem terstond gevraagd: „mag Joseph het dan ook leeren, pa?"

„Zou je «lat zoo gaarne hebben, m'n kind ?"

„Ja paatje, heel graag."

„En waarom?"

„0, dan kunnen wij later, als wij groot zijn, net zoo mooi spelen als de vrouw van den burgemeester met den ontvanger en dan zullen ook alle menschen in de handen klappen."

Sluiten