Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij in ruil voor mijn zang en vioolspel niet alleen geld, ze noodigden mij ook uit 0111 aan te zitten aan hunne middagmalen; de hooischuren stonden des nachts voor mij open; de waakhonden blaften zelfs niet als ik in het duister een boerenerf betrad.11

„Maar vond ze het niet verschrikkelijk, .Joep,11 vraag ik, „dat zij, eenmaal de zoo rijke vrouw, door jou moest onderhouden worden, dat jij je zeiven hebt verlaagd tot een kermisreiziger 0111 haar te doen voortleven in haar rang en stand V

„ Dat heeft ze nooit geweten; ik heb wel den pastoor alles geschreven, maar tevens hem verboden haar dit te openbaren; ze heeft zelfs nooit de geheele ruïne van haar huis gekend.

De pastoor heeft haar wijsgemaakt, dat de verkoop der goederen genoeg had opgebracht 0111 haar een eenvoudig doch zorgeloos bestaan te verzekeren; er was nog een klein kapitaaltje overgebleven, dat hij voor haar zou beheeren en waarvan hij haar de interesten zou uitkeeren — die interesten, dat waren de centen en groschen, die de boeren mij gaven.

Lang heeft zij er niet partij van kunnen trekken; de verschrikkelijke schokken hadden de laatste krachten van het reeds zwakke lichaam gesloopt.

Nauwelijks een half jaar 11a mijn vlucht ontving ik een brief van den geestelijke, waarin hij mij meldde, dat Mevrouw de Quatremont was overleden.

De tijding verwekte in mijn ziel een innige droefheid en tegelijkertijd een hartstochtelijke woede; ik heb gehuild en tevens gevloekt.

Zij dood, zij, mijn pleegzuster, die ik vereerde, die ik

Sluiten