Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerlijk gezicht, door zijne vrouw, met haar heldere oogen en het door de zon gebruinde gelaat endoorden jongen Martin, een vijf en twintigjarigen, stevigen, mooien kerel.

Wijn wordt gehaald en wij moeten drinken en klinken, gezeten aan een breede tafel, waarop groote brooden naast de kleine fijne Ardenner hammen; 't eenvoudig boerengebak, tusschen reuzenappelen en peren.

Joep is zenuwachtig; hij draait en schuifelt op zijn stoel, telkens en telkens mij een angstigen bltfc toewerpend.

Zoo gaat het ongeveer een uur.

Toen al zijn geestkracht, al zijn moed verzamelend, stottert mijn ongelukkige metgezel: „Monsieur Martin, mijïi vriend zou u gaarne iets vertellen .... iets, wat u niet weet," en toen met verheffing van stem, met vurigen gloed in de oogen: „de waarheid, monsieur Martin, de volle waarheid, u en ook uwe vrouw hebben het recht, die te kennen, vóór dat gij uwe definitieve toestemming geeft tot liet huwelijk van uw zoon met mijne .... niet Marie de Quatremont.

Een oogenblik een angstig stilzwijgen.

Verwonderd, verbaasd kijken de Martins beurtelings Barral en mij aan.

En toen, na enkele oogenblikken, heb ik hun alles verteld, alles wat Uekke Joep mij in liet geheim heeft toevertrouwd; zijne vereering voor de moeder van Marie, zijn misdrijf, zijne veroordeeling, zijn vlucht en ook hoe hij, de artiest, «le kunstenaar, t geld, dat hij voor de opvoeding van zijn pleegkind ten koste heeft moeten leggen, 't geld dat hij als haar huwelijksgift

Sluiten