Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En weer luide kreten, galmend overal: ,lève <le broidjesköning, leve Eckeldonck" en 't is of de storm medejubelt in hooger, fluitend, gierend gejoel.

De meesten der strijders, wankelend op hunne trillende beenen, waggelen naar de naastbijzijnde herbergen; anderen, niet meer in staat 0111 te loopen worden er heen gedragen; hier, de dorpschirurgijn, tevens baardscheerder, die de open wondeplekken met zalf besmeert of het gescheurde vleesch met pleisters aan elkaar hecht, terwijl zijn helper het bloed in vieze dooreenmengeliug met de sneeuw, afwascht van de ontbloote, opengereten borsten en ruggen; twee zijn ernstig gewond; bij den een is het schouderblad ontwricht, terwijl den anderen het been is stukgetrapt boven den enkel; beiden worden voorzichtig vervoerd naar de schuur en zaclitkens nedergelegd op het stroo, waar men hen ter beschutting tegen de koude met paardedekens bedekt ').

Toen een krioelend zich door elkander bewegen tusschen de menigte der toeschouwers; allen in druk gesprek met vlugge hoofdschuddingen en handen-

') Ëerevisse, een Limburgsch schrijver, unii vvien wij (ie gegevens voor deze beschrijving hehben ontleend, schrijft in een noot bij zijn roman ,,<le Bokkenrijders in het land van Valkenburg: „de oude pastoor Voncken van Geleen heelt deze ruwe worsteling afgeschaft.

„Vijftig malen heb ik dezen strijd gezien" verzekert de dienaar Gods, „ik heb menigmaal uren lang een dikke wolk van zweetdamp boven de worstelaars gezien; terwijl de koude snerpend was,stroomde het zweet over alle kleederen (sic); ja velen zijn voor hunnen tijd naar het kerkhof gedragen, welke hunnen dood in de worsteling gehaald hadden.

Te vergeefs heb ik strenge maatregelen willen nemen: te vergeefs heb ik vermaand, berispt, verboden; eindelijk heb ik, oude man, gesmeekt; dit was te erg voor de brave lieden; zij hebben opgehouden en ik dank den Goeden God, dat het is gedaan.

Sluiten