Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitslag; ze blijven den geheelen nacht op wacht, hopend, dat een stem, een geluid, een geritsel in de nabijheid den vluchteling zal verraden; ook vruchteloos.

Moedeloos, tegelijkertijd vloekend en tierend, keeren de vervolgers terug.

Als de soldaten weer komen in de woning van Ackermans vinden zij deze verlaten; de bewoners zijn gevlucht; in den kelder is de vloer geheel gedrenkt met het bier uit de stukgeslagen tonnen; de aardappelen, de gedroogde peulvruchten en appelen met olie overgoten, alles bedorven.

Bornsheim is een flink dorp, te midden van een boomrijk dal, rondom omgeven door bosschen.

Aan den voet der heuvelen groote, zwartgapende holten, de ingangen tot de verschillende mergelgroeven, waaruit de blokzagers de steenen halen, de bouwstoffen voor hunne woningen; in de hooge rotsen tal van gehouwen spelonken, bewaarplaatsen voor stroo en houtmijten.

Vlak voor een dezer spelonken, slechts gescheiden door een klein pad, een eenvoudig, proper huisje.

Het is eenigen tijd onbewoond geweest, wijl het te ver verwijderd lag buiten de kom van het dor]) en het dientengevolge den vroegeren bewoners, een ouden man en zijne vrouw, vooral in winterdagen, dikwijls zeer moeielijk viel de kerk te bezoeken.

't Is hier, dat Ackermans met vrouw en dochter hun toevlucht hebben genomen; ze hebben verteld, dat zé" uit Eisden kwamen en „Lahaie" lieeten.

Sluiten