Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plotseling een verstommen van dat gelach; de deur wordt geopend en Tiue verschijnt aan den arm van Leio.

Donderende kreten en knallende pistoolschoten, waarvan de echo's rollen in wijde golvingen langs de heuvelenrei.

'n Schoin koppel, verduld schoin koppel fiuisteren de jonge mannen elkaar in het oor, als ze zien dat blij opgewekt vroolijk gezichtje der bruid met blozende wangen om den lachenden mond, naast den Hinken bruigom, hun aller vriend, wiens donkere oogen hen aanstaren in vreugdevolle schittering.

„Lang zullen ze leven, proficiat Leio, proficiat Tine" schreeuwen ze en tegelijkertijd, nieuwe schoten, die knetteren in de lucht.

Achter hen vader Ackermans en zijne vrouw blijtreurig, lachend-huilend.

„Wat zien ze geleef, zuus te dat waal mooder, wie ze allemaol oos keenjer leef höbbe" zegt hij zachtkens in hooghartig trotsch voelen en dan met diepen zucht met treurig hoofdknikkeu: „jaomer, jaomer toch, dat Gradus d'r neet bie is."

Dan Dorus, hun held, hun ideaal van moed en mannelijke fierheid en ook bij zijn verschijnen luide vivats ter zijner eere.

Meerdere genoodigden, die volgen, ook jongens en meisjes uit Eckeldonck, die den geheelen nacht hebben gereden in een huifkar om tijdig blijk te kunnen geven van hun deelneming, van hun meeleven in dit feest van liefde.

En in de harten der Bornsheimers geen jaloezie,

Sluiten