Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij laat zich vallen op zijn knieën en vooroverbuigend het lichaam tuurt hij in het gat.

Hij ontwaart niets; onwillekeurig stoot hij de spade in de diepte; een korte, scherpe metaalklank, welke tot hem doordringt.

Een onderdrukte kreet van verbazing; een nieuw herhaald krachtiger stooten met zijn schop om zich te overtuigen, dat hij goed heeft gehoord en weer dat zelfde klinkend geluid, scherper, meer doordringend.

Dan gaat ook hij graven in woeste drift, met snelle lichaamsbewegingen, den voet telkens en telkens met forschen druk zettend op den schoprug.

Een verroeste ijzerplaat, die zich weldra aan zijn oog vertoont; hij grijpt het daaraan bevestigd handvatscl; met gespannen spieren tracht hij zijn vondst omhoog te trekken.

't Is hem onmogelijk; 't geheel zit nog te vast in de aarde en hij graaft dieper en dieper in koortsachtige opwinding, telkenmale met vluggen armstreek wegwisschend het zweet.

Na enkele oogenblikken weer een ruk; nog niet ; en dan weer een spitten en even daarna een omhoog trekken; nog immer te vergeefs.

Eindelijk, eindelijk toch een ijzeren gesloten kistje, dat hij in zijn hand houdt, muf riekend onderden hoog dikken roest.

Een kort rammelend schudden; geen geluid echter van metaal, van geldstukken; slechts 't schuifelend geritsel van papier.

Een ontgoocheling, een wreede teleurstelling van al de idealen en illusies, die hij zich, in zijn koortsach-

Sluiten