Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je vader of van je grootvader; eerbiedig hun wil."

„Wat bedoelt u daarmee pastoor?"

„Een van hun beiden heeft zeker die papieren verborgen, opdat ook tegelijkertijd de schande van zooveleu voor eeuwig verborgen zou blijven."

«Dan is het zeker geweest den wil van God, dat ik ze wel zou terugvinden, dat ik die scharde eu oneer wel zou openbaren."

„M'n beste jongen", en de dienaar Gods steekt dreigend den vinger omhoog, „met zulke woorden, met zulke gedachten zul je de eeuwige zaligheid niet deelachtig worden, zoo zul je niet komen in het Rijk der Hemelen."

Liever verdoemd, pastoor, met mijn niet zalig gestorven vader in de Hel dan met uwe Christenen in den Hemel.

„Dat is de taal des duivels Wauben, die mag ik niet langer aanhooren, God zou mij daarvoor straffen" en eerbiedig het kruis slaande, verlaat de priester met rassche schreden het vertrek.

Weer een mooie zomermorgen en weer staat Peter voor den kiezelkuil, de armen gekruist over de borst, de wenkbrauwen gefronst, turend met toornenden blik in de richting van het dorp.

Daar, aan den anderen kant, aan den uitersten rand van de steengroeve een jong meisje, in wilden loop achter een bonte kapel; het hoofd steeds omhoog ziet ze niet het gevaar, dat haar dreigt.

Hij wil haar toeschreeuwen, dat ze staan moet blijven, maar 't is of de schrik zijn stem heeft ver-

Sluiten