Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vierkante blauwe lucht, zichtbaar door het venstertje, hoog bij het plafond.

Twee jaar gevangene; twee jaren slaaf zijn; twee jaren... 'n werktuig, werkend... als men het hem beveelt, slapend... als men het hem beveelt, etend ... als men het hem beveelt; twee jaren 'n doode geest in een levend lichaam; twee jaren opgesloten als een beest in een hok; twee jaren turen naar dat venstertje, waarlangs vierkante brokwolken langzaam voortglijden, de eenige teekenen van het natuurleven daarbuiten ... twee jaren... twee jaren maar... niet langer... twee jaren maar, zonder naam, slechts een nummer... omdat die kerel het had verzocht.

De officier van justitie had hem genoemd edel, braaf, goedertieren; oh... als hij eens alles geweten had... als hij eens geweten had, dat dat dringend verzoeken om lichtere straf zijn oorsprong niet vond in braafheid en goedertierenheid, maar in laffe angst. 0, die ellendige huichelaar!

Wat zouden die rechters wel gezegd hebben en die kerels achter hem, dat tuig, dat weg vluchtte als het zijn schaduw slechts zag en dat nu hem durfde honen, hem uitlachen, omdat hij gevangen was, omdat de marechaussées achter hem zaten.

Wat zouden zij allemaal gezegd hebben, als hij had uitgebulderd: „neen heeren, 't is geen goedheid, geen menschlievendheid van dien mijnheer du Pré; hij heeft dien brief geschreven enkel en alleen, omdat hij bang was, dat ik zou vertellen dat zijn grootvader op het schavot is gestorven, als een gemeene Bokkenrijder, als een dief, als een inbreker.

Sluiten