Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wees hem trouw, zooals gij het huis van Waleram zijt trouw geweest; steunt hem, zooals gij mij hebt gesteund; onder zijne heerschappij, door u allen bijgestaan, zal Limburg, hoe klein het ook zijn moge, groot blijven in aanzien en macht.

Meer kan zij niet, uitgeput valt zij achterover op haren zetel.

Een stilte des doods in de ruime zaal; al die groote, forsche mannen roerloos, als standbeelden, velen met tranen in de oogen".

Zoo een geruime poos.

„Eindelijk opent Ermengarde wederom de oogen; toen plotseling met zwaren stap treedt" „hij" — de arm wijst weer naar het portret — „hij, Herman Scravendisch voort, tot voor haren zetel; hij knielt neder, kust haar hand en met vaste, heldere stem zegt hij: vrouwe Ermengarde van Waleram hertoginne van Limburg, ik zweer u voor mij zeiven, in naam van mijn zonen, in naam van het geheele geslacht Scravendisch trouw te blijven aan uwen gemaal, Reinoud van Gel re; overal, zooals het edele en dappere ridders betaamt, hem te volgen en te steunen, voor hem te strijden en als het moet te sterven.

Wij zweren het u, herhalen al de andere edelen en heeren schier tegelijkertijd".

Dank, dank allen".

„Enkele weken later is haar bange vreeze werkelijkheid geworden; Ermengarde is gestorven.

Uit de hooge torens van haren burcht hangen zwaar neer de vlaggen en wimpels.

Sluiten