Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tig op den grond, steeds turend naar dat spel der kleinen — „ali bravo, bravo, hij heeft hem te pakken, zie je wel; trek hem nu naar beneden, — ja, zoo, zoo — bravo, bravo, de ander ligt al op den grond en Herman zit nog op den rug van zijn paard — bravo, bravo" en een tevreden glimlach plooit zich om de lippen van den trotschen vader.

Gedurende jaren heb ik steeds mijne vacanties doorgebracht in het oude huis van den braven, eerwaardigen man; jaren lang ben ik de kameraad, de speelmakker gebleven van Herman ttcravendisch.

Onze verschillende bestemmingen scheidden ons eindelijk. Ik toog naar Leiden om mijne studies te voleindigen aan de Hoogeschool; hij mocht na een schitterend examen zich geplaatst zien als cadet aan de Militaire Akademie te Breda.

Onze innige vriendschap bleef niettemin bestaan; de tallooze hartelijke tusschen ons gewisselde brieven konden dit staven.

Een drietal jaren later ontving ik uit Breda een telegram: „geslaagd, officier, Herman," en enkele uren later een draadbericht uit Heerlen: „kom terstond over, morgen groot feest, Scravendisch."

't Was op het laatst van de maand; zooveel duiten op zak als veeren op een kikvorsch, maar toch, na eene leening gesloten te hebben bij mijne clubgenooten, toog ik dien zelfden middag nog naar het Zuiden van Limburg.

in

Sluiten