Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de hoeken van den mond, treedt hij mij met wankelende schreden tegemoet, zoodra ik binnenkom.

Onwillekeurig blijf ik staan bij het aanschouwen van dien geknakten man; een kolos van blij en tier leven, toen ik hem de laatste maal ontmoette, nu eeue ruïne van smart, kommer en verdriet.

„Daar doe je goed aan, m'n jongen, da's braaf van je" en hij steekt mij zijn trillende, knokkelige hand toe.

„Treurig hè, treurig, zoo jong nog" vervolgt de grijsaard „zoo'n beste, brave kerel.... jij weet het wel, hè ... . ja, ja, jij weet dat allemaal....

jij was z'n beste vriend treurig, treurig

en bij had nog zooveel kunnen doen!'

„Niet meer dan hij reeds gedaan heeft, kolonel.'

„Wat bedoel je daarmee, m'n jongen ?"

„Hij is gestorven voor zijne koningin, die hij trouw heeft gezworen, die hij beeft liefgehad met bijkans afgodische vereering; haar meer geven dan zijn leven kon hij toch niet."

„Je hebt gelijk Louis, je hebt gelijk, m'n vriend, meer kon hij haar niet geven .... daar had ik niet aan gedacht in mijn verschrikkelijke droefheid.

„ U mag zoo droef niet zijn, kolonel; 't was immers zijne bestemming, zijn roeping om voor den vijand te sterven: dat is nu eenmaal de dood der Scravendischeu .... herinnert gij u nog wel — t is jaren geleden — dat gij mij dat zelf hebt verteld; ik zat daar, bij dat hoekvenster, aandachtig luisterend naar uwe boeiende verhalen over den slag van

Sluiten