Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als' het ware, sleurt hij mij met zicli mede naar buiten.

Een diepe stilte, lang.... heel lang.

„Maar Pauwels11 stotter ik eindelijk, „weet

je wel zeker, dat het niet Greta was?"

M'neer Louis, heb je niet gezien, dat er oneer

over haar gekomen was, dat ze vol schande was

dat is mijn Greta niet geweest, 't kind van mijn vrouw zaliger, nooit, in d'r eeuwigheid niet".

Stil. zonder een woord te spreken, stappen wij voort tot aan het stationsgebouw.

Toen nog een handdruk, innig, krachtig en door zijn opeengeklemde tanden sist hij mij nog toe: „m'neer Louis, ze was het niet hoor, ze was het niet. want.... ze was vol schande."

Herinneringen uit de jeugd, uit de kinderjaren, bijna altijd vroolijk en opgewekt, vol lach en levenslust, vol bloemengeur en zonnenschijn; soms een traan, maar ook in die traan een opwelling van naiet' voelen. nog zonder wreede pijn, nog zonder priemende smart, ook in dien traan 'n poezie. eene zielverheffende poezie.... en dan later één oogenblik en

weg zijn ze, bedekt met een donkeren zwarten sluier, die herinneringen, die zooeven nog opdoemden in onzen geest als helder reine, als sneeuwwitte fantasieën, als nirwana's hier beneden; één seconde

en ze zijn vernietigd, vergiftigd; ze liggen voor ons naakt, wanstaltig en de poëzie smerig, vies bezoedeld door slijk en modder.

Sluiten