Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

invaliden- of ouderdoms-rente daar, waar ziekte of ouderdom een verminderd arbeidsvermogen geven, zonder ongeval bij het werk ontstaan. Ook hier is weer een eventueele herstelling van de gezondheid en werkkracht, zoowel voor den arbeider als voor het verzekerings-orgaan van het allergrootste gewicht. Ook hier hebben de verzekerden het recht op geneeskundige behandeling, hetzij tot voorkoming, hetzij tot genezing der invaliditeit.

Tegen invaliditeit en ouderdom zijn nu verzekerd 12.6 millioen arbeiders.

Sedert 1891 tot 1901 werden uitgekeerd:

wegens ouderdom, invaliditeit enz. . . . 556 millioen mark aan verpleging, geneesk. behandeling . . 24 „ „

„ sterft egeld . . . . 8 „ „

Totaal.... 598 millioen mark.

Op 31 December 1901 bedroeg het aantal dergenen die een uitkeering ontvingen:

wegens invaliditeit 486945 personen

„ ouderdom 179450 „

Een mogelijk lang behoud van gezondheid en werkkracht van de verzekerde arbeiders is finantieel van groote waarde, en het moet ons dus niet verwonderen dat we op ditverzekerings-gebied de fundamenten vinden, waarop een geheel systeem van voorkoming en bestrijding van volks-ziekten rust. Weer is hier dus de nevenwerking der verzekering, althans voor den geneeskundige, van het hoogste gewicht; reden waarom wij hier op die vèr verwijderde gevolgen van de invaliden-verzekering even nader willen ingaan.

De zorg voor voorbijgaande, acute, ziekten is aan de ziekenkassen overgelaten, een zorg die zooals wij zagen, ruim voldoende

Sluiten