Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer zegt: de inrichting onzer maatschappij is niet van dien aard dut een zuivere strijd kan worden gestreden. Door de oeconomische inrichting heeft er vrijwel een algeheele selectiestuiting en selectie-verschuiving plaats. Noch physieke voortreffelijkheid, noch vatbaarheid voor hooge geestelijke ontwikkeling, noch kennis, allerminst het bezit van altruïstische principes (gemeenschapszin en naastenliefde) waarborgen ons een overwinning in den strijd. Deze is veelal van den oeconomischen factor afhankelijk; en deze wordt bepaald door louter toeval, en in de meeste gevallen van de minst nobele eigenschappen in ons. Wie zal ons zeggen hoeveel schatten van schoonheid en kennis voor het menschdom zijn verloren gegaan, doordien zij verstikt werden in armoede en ellende? Hoe menige schurk slaagt goed omdat hij over oeconomische capaciteiten beschikt? Hoe menig physiek krachtig lichaam gaat aan armoede en ontbering vroegtijdig te gronde, waar een verzwakt en ontaard lichaam door geld en goede zorg een hoogen leeftijd kan bereiken? Wat blijft er in onze maatschappij van selecties over? Talent, altruïsme enz. kunnen pas dan tot ontwikkeling komen als ze in gunstige conjunctuur komen met oeconomische verhoudingen, en zulks is toeval. In onze maatschappij is één overheerschende selectie werkzaam, d. i. de oeconomische; deze elimineert en verschuift alle andere. En van dit „vrije spel der krachten"!? zouden wij de ontwikkeling van ons sociaal leven laten afhangen? Het ware dwaas en onrechtvaardig.

Waar in onze maatschappij de z. g. selectie het krachtigst werkzaam is, bijv. in de achterbuurten onzer groote steden, of in bepaalde fabrieks-centra, waar dus een enorme kindersterfte is, daar zien we waarlijk geen heldengeslacht ontstaan. Integen-

Sluiten