Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot «le mijne maak, dan mongt gij daarin eene aanwijzing zien van de wijze waarop ik dat ambt denk op te vatten, de richting waarin zich mijn denken beweegt. Eene aanwijzing evenwel die, gezien de negentien eeuwen, die tusschon Paulus' tijd en den onzen liggen, gezien ook het verschil in gedachtenkring van dien tijd en den tegenwoordigen en het gansch ander karakter der vraagstukken die ons bezighouden, van eene nadere toelichting moet vergezeld gaan.

Het komt mij voor, dat ik die het bost geef door u in het kort maar met die duidelijkheid, waarop gij recht hebt, rekenschap te geven van de overwegingen, die mij er toe brachten mij weder voor het predikambt beschikbaar te stellen.

Dat is geen onbescheidenheid maar plicht, geen poging om het te doen voorkomen alsof dat zoo interessant zou zijn, maar uw recht, hot recht te vernomen hoe de door u beroepen voorganger staat tegenover de bediening, die hij in uw midden zalwaarnemen.

Maar ter zake. Ik weet niet of gij de beweegredenen kent, die mij indertijd bewogen het ambt, dat mij lief was, en waarin ik 41/., jaar, ik mag zoggen mot ijver en toewijding had gewerkt, neder te leggen. Hot komt mij niet overbodig voor u daarvan, zij het in 't kort, een overzicht te geven. Dat is des te meer noodig omdat de bescheidenheid mij niet toelaat te onderstellen dat gij daarvan konnis zoudt hebben genomen en mij anderzijds gebleken is dat dienaangaande, zelfs onder collega's, zachtst gezegd, zonderlinge meeningen de ronde doen.

Ik legde dan destijds mijn ambt neer omdat ik, op grond van practische ervaringen en theoretische overwegingen meende als predikant niet op de juiste plaats te staan, wilde ik den godsdienstigen, zedelijken 011 maatschappelijken vooruitgang, maar vooral deze beide laatsten, dienen op de wijze zooals ik meende ze te moeten opvatten. Ik dacht anders dan nu over het wezen van den mensch, het karakter van zijn geestelijk wezen, zijn drijfveeren en behoeften.

Staande onder den invloed van allerlei critiek op het maatschappelijk en geestelijk leven van onzen tijd, had zich bij mij de overtuiging ontwikkeld dat de groote drijfveer voor den vooruitgang niet is het geweten van den op zich zelf beschouwden

Sluiten