Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pleegde. Ook de LXX, de Peschitto, de Vulgata niet, evenmin als den Samaritaanschen tekst, die hier de woorden, welke men noode missen kan, hebben. I lij zeide: laat ons het veld int/aan, ziedaar den inhoud van Kain's toespraak, die in het oorspronkelijke uitgevallen was, en dien wij met behulp der Yersiones herstellen.

Doch Spinoza heeft te veel gedaan op bijbelcritisch gebied dan dat het iemand kan invallen, hem van het ontbrekende een verwijt le maken. Zien wij liever op al wat hij tot stand braeht dan op het weinige, dat hij naliet. Hij was zich bewust, eene taak te aanvaarden, die nieuw en zwaar was 1. Hij wil doen wat de theologen tot op zijn tijd toe verwaarloosden, zegt hij, al weet hij, dat veel vragen, die op dit gebied rijzen, moeilijk te beantwoorden zijn. En niet alleen dit bezwaar kent hij, maar ook een ander, dat tot op dezen dag doorwerkt. De kerkdijken houden wel veel van den bijbel, maar niet van zulke onderzoekingen, die zij gewoonlijk meenen dat den bijbel kwaad doen. Zij zien in de critiek gevaar voor bun geloof, daarom handhaven zij do traditie van de oude leer omtrent den bijbel zooveel mogelijk. Het vooroordeel is zoo groot geworden, zegt Spinoza, dat hij twijfelt, of er wel veel meer aan te doen is. „Yereor, ne nimis sero hoe aggrediar"; ik vrees dat ik de zaak al veel te laat aanpak, schrijft hij. „Want het is zoo ver gekomen, dat de menschen op dit punt liever niet willen ingelicht worden, maar datgene wat zij onder den schijn van godsdienst eenmaal als waar aannamen, hardnekkig verdedigen."

Tont comme cliez nous, voeg ik er bij: deze zelfde vooroordeelen bestaan nog, en steken met kracht het hoofd op. Xa een klein élan in de critische richting gedurende de 19'i«' eeuw is in de 20ste weer de reactie gekomen, die zonder twijfel nog eene groote toekomst heeft. Het is weer de tegenstand, dus door Spinoza geschetst : „er is geen plaats meer voor de rede op dit gebied, tenzij hij enkele zeer weinigen, overgebleven; zoo ver hebben deze vooroordeelen den geest der menschen in bezit genomen."

I) I. 480.

Sluiten